21. Bruls en bandenloos (nymfomanie)
Een bronstige koe wordt tochtig genoemd; in Brabant heet ze spullig. Door hartstochtelijk loeien of brullen maakt ze haar paringsdrang kenbaar. Duurt de tochtigheid te lang of is de koe te vaak tochtig dan brult ze dus teveel en noemt men haar bruls. Bij een brulse koe gaan de bekkenbanden aan weerskanten van de staartinplant verslappen: ze krijgen eerst een knik en tenslotte verstrijken ze helemaal. De koe is dan bandenloos.
Eierstokken
De sexuele cyclus van een koe duurt drie weken. Daarvan is ze één of twee dagen tochtig en tot paren bereid. In een van de beide eierstokken heeft zich dan een eiblaasje ontwikkeld dat bronsthormonen produceert. Als het blaasje openbarst, stopt de productie van die hormonen. Als de koe niet door een stier wordt gedekt of kunstmatig wordt geïnsemineerd, ontwikkelt zich na twee weken opnieuw een eiblaasje. Tegen de twintigste dag wordt de koe dan weer tochtig. De eierstokken sturen dus haar sexuele cyclus.
Hersens
Maar die eierstokken worden ook zelf aangestuurd. Een kwabje onderaan de hersens (hypofyse) produceert gonadotrope hormonen die met het bloed de eierstokken bereiken. Ze stimuleren de ontwikkeling van een eiblaasje en de eisprong. Bij die hormoonproductie reageert de hypofyse op allerlei prikkels vanuit de hersens: zien, ruiken of horen van een partner. En de hypofyse reageert op licht. Bij rundvee dat in een te donkere stal wordt gehouden, kan zich bijvoorbeeld in de eierstok wel een eiblaasje ontwikkelen; maar door het lichtgebrek produceert de hypofyse dan onvoldoende hormoon om die follikel ook te laten openbarsten (ovuleren). In zo’n geval blijft de eiblaas maar doorgaan met de productie van bronsthormonen en blijft de koe voortdurend tochtig: ze is dan bruls. Als zo’n brulse koe wordt gedekt of geïnsemineerd, wordt ze niet drachtig, want het eiblaasje is niet opengebarsten en er is dus geen eicel vrijgekomen.
_clip_image004.jpg)
melktank
Melkput
Het is winter en melktijd. De koeling van de melktank draait met veel lawaai op volle toeren om de circa duizend liter lichaamswarme melk van de negentig koeien zo snel mogelijk af te koelen naar vier graden Celsius. Als ik uit de auto stap, hoor ik waar ik de boer moet zoeken. In de melkstal staan veertien koeien: zeven aan elke kant, schuin met de koppen naar de muur en met de kont naar de melkput in het midden. Daarin staat de boer op ooghoogte met de uiers. De bekers van de veertien melkklauwen zitten door een pulserend vacuümsysteem aan de spenen gezogen. Zo wordt het zuigen van een kalf aan de spenen nagebootst. De melk stroomt in de glazen containers aan de rand van de melkput. Voor elke koe is er een aparte container. Zo ziet de boer in een oogopslag wat elke koe produceert en wanneer ze is leeggemolken.
_clip_image002.jpg)
in het midden de melkput; aan de rand de melkcontainers
Lawaai
“Goeienavond!” Twee koeien kijken me vragend aan. Maar de boer gaat door met het reinigen van de uiers en het aansluiten van de tepelbekers aan de spenen. Ik moet boven dit geluidsniveau zien uit te komen en brul m’n begroeting nog eens. Hij kijkt nu op van zijn werk: “Ah, da’s de veearts! We moete bij de pinke zèn. Ze stèh in ut ouw schuurke. Ik goa drek mee as deez koei uit zèn.” Een paar minuten later zijn de veertien uiers leeg. De boer trekt vanuit de melkput aan een touw de schuifdeuren open en de koeien lopen de melkstal uit en terug de open loopstal in. De dieren die nog gemolken moeten worden verdringen zich bij de ingang. Ze staan met strakgespannen uiers. Enkele laten de melk in stralen lopen.
Het oude schuurtje
Opzij van de moderne open loopstal staat een oud schuurtje. Buiten is het al nagenoeg donker, maar binnen zie je geen hand voor ogen. Als de boer het lichtknopje naast de deur omdraait, verandert daarin weinig. Aan de zoldering bungelt een fitting aan twee draadjes met een peertje. Dat verspreidt een beetje licht door de laag stof waarmee het is bedekt. Een flauwe lichtcirkel valt op de rug van een pink, vermoedelijk van het roodbonte ras. Zuinigheid is beslist één van de meest ontwikkelde deugden bij boeren. Als m’n ogen aan het donker gewend zijn, zie ik zes grote pinken die op een rij staan aangebonden. Ze lijken me twee jaar oud, misschien wel meer. Eigenlijk zouden ze al gekalfd moeten hebben.
_clip_image006.jpg)
het oude schuurtje bij daglicht
Bruls
“Ze zèn dik zat geïnsemineerd. En allemoal drachtig, behalve dees; die is brul. Ik mest ze af vur m’n eige. Mar ze brult zo verrekkes. Ons moeder wordt dà hartstikke muug.” Voorzichtig scharrel ik tussen de dieren door naar de achterkant. In de zak van m’n stofjas zitten een lange plastic handschoen en een fles glijmiddel. Door de darmwand voel ik op de ene eierstok een veel te grote eiblaas met een dikke wand. Bij de staartinplant zijn de bekkenbanden niet te voelen. Met een dosis gonadotroop hormoon is de eisprong wel te forceren. Ik heb een flesje meegenomen. “Pak ze maar even in de neus.” Knijpen in het neustussenschot veroorzaakt bij rundvee een soort lichte verdoving. Het heeft hetzelfde effect als een praam op de bovenlip van het paard of acupunctuur bij de mens: in de hersens komen endorfinen vrij en die geven een kortdurende, lichte verdoving. Ik spuit de hormoonvloeistof in. Als de eiblaas straks is opengebarsten, stopt de productie van bronsthormonen en wordt het dier in een paar dagen weer rustig. Ook overdag is het in dit schuurtje veel te donker. Dat heeft de vruchtbaarheid van de pinken geen goed gedaan.
Toekomst
Toch zeg ik niks over de huisvesting en de verlichting. De enige zoon heeft namelijk te kennen gegeven dat hij geen toekomst ziet in het boerenbedrijf. Hij ging niet naar de HAS (Hogere Agrarische School) maar volgde een opleiding tot analist. Het laboratorium biedt hem een werkweek van zesendertig uur en vijf weken vakantie per jaar. Die luxe is op de boerderij onbekend: daar wordt zeven dagen per week tweemaal daags gemolken en gevoerd. Als er honderdtwintig koeien en vaarzen per jaar kalven gebeurt dat in de helft van de gevallen ’s nachts. Een werkweek telt negentig tot honderd uur, in het voorjaar nog meer; en boeren gaan één week per jaar met vakantie. Veel oudere boeren zijn nooit van hun bedrijf weg geweest; dat wil zeggen: nooit langer dan een dag.
Zonder opvolger voelt de boer er weinig voor om te blijven investeren in het bedrijf. En zo bleef het jongvee verdeeld over het achterhuis van de boerderij, de voormalige varkensschuur, een aangepast kippenhok en dit oude schuurtje. Niet ideaal en erg arbeidsintensief. Maar de bouw van een jongveestal werd steeds uitgesteld. De koeien en het melkquotum zullen straks worden verkocht. In de open loopstal worden dan caravans gestald. Alleen wat jongvee wil hij nog aanhouden. Want als je altijd dag en nacht met je bedrijf bezig bent geweest dan kun je niet op je achtenvijftigste binnen gaan zitten en niksdoen: ‘Ons moeder is dà zóó hartstikke muug.’
| Index Landbouwhuisdieren |
>>
volgende: 22. Melkveebedrijf (vaarzenverlossing) |