Veterinaire Verhalen over Landbouwhuisdieren

Rogier Verberne
met tekeningen van Marisca Bruinooge-Verberne

 

18. Difterie (kroep)

Bij kalveren komt een ontsteking voor in de bek, de keel en het strottenhoofd die difterie wordt genoemd. Kinderen kregen vroeger een soortgelijke ontsteking. Maar door de vaccinatie van zuigelingen met DKTP komt difterie bij kinderen bijna niet meer voor. De difteriebacil van het kalf is een andere dan die van het kind: besmetting tussen kalf en kind over en weer met deze ziekteverwekkers is niet mogelijk.

Benauwd
Een kalf van enkele weken of een paar maanden oud dat met de tong uit de bek staat te speekselen en niet meer wil drinken, is verdacht van difterie. Het dier heeft koorts en in de bek en de keel zijn plekken te zien met grauwkleurig, afstervend slijmvlies dat in vellen loslaat. Als die ontsteking in het strottenhoofd zit, kan in korte tijd ernstige benauwdheid ontstaan en kan het kalf stikken. Die difteriebacil is gevoelig voor penicilline. Maar niet alle bacteriën worden door het antibioticum bereikt omdat in afstervend weefsel de doorbloeding ophoudt. Vooral in het strottenhoofd is dat een probleem en kan de infectie hardnekkig zijn. Je dient er dan voor te zorgen dat het kalf niet stikt voordat de penicilline zijn werk kan doen.

001

tracheotubus met verwisselbare binnenbuis

Tracheotubus
Bij verstikkingsgevaar moet in de luchtpijp (trachea) een buisje (tubus) worden aangebracht onder het strottenhoofd. Door die tracheotubus kan het kalf dan ademhalen ook als het strottenhoofd dichtzit. Intussen krijgt de onsteking de tijd om te genezen. Zo’n buisje heeft de omvang en de lengte van een pink, met een bocht van bijna 90 graden. In feite zijn het twee buisjes die in elkaar geschoven zijn. Het binnenste buisje kan worden verwisseld en schoongemaakt. Het buitenste heeft twee ogen om het met een bandje rond de hals vast te knopen.

Spoedgeval
Een dikbilkalf is ernstig benauwd. Gisteravond snurkte het al een beetje bij het drinken uit de melkemmer. Maar vanmorgen dreigt het dier te stikken. Onderweg word ik ervoor opgeroepen. Ik keer de auto en geef gas. Het stiertje staat met gestrekte hals te rukken om nog een beetje lucht binnen te halen. Een gierend geluid geeft aan dat de doorgang nagenoeg dichtzit. Zijn oogbol is blauw van benauwdheid. Ik spuit vlug wat verdovingsmiddel onder de huid aan de hals en krab daar wat haren weg; betadine op de huid en het kalf wordt op z’n zij gelegd. Dat maakt hem nog benauwder en hij vecht voor zijn leven. Zo’n spartelend dier is niet te behandelen: “Goed vasthouden die kop!”

Ingreep
Een snelle huidsnee aan de onderkant van de hals en ik steek het scalpel in de luchtpijp. Dan draai ik het mes om en steek het heft tussen de kraakbeenringen. Zo ontstaat een opening. Zijn adem giert daardoor in en uit. Dan loopt er wat bloed naar binnen en hij hoest. Een rode nevel blaast in m’n gezicht. Met één hand houd ik het scalpel op zijn plaats en met de andere pak ik de tracheotubus. Die moet door de opening tussen de kraakbeenringen naar binnen worden geschoven. Maar naast het handvat van het mes is te weinig ruimte. En als ik het scalpel weghaal, klapt meteen de spleet in de luchtpijp dicht. Het kalf hoest weer en bloed sproeit uit de wond. Maar de derde poging is raak: het buisje zit op z’n plek. Ik leg een zwachtel rond de hals en knoop die aan beide kanten vast aan de tracheotubus. Klaar! M’n gezicht ziet rood van het bloed. Dat was net op tijd!

Nabehandeling
Het kalf wordt overeind gezet en het hijgt heftig na. Door het pijpje onder z’n hals stroomt nu volop lucht. Ik geef het tweede binnenbuisje aan de boer en wijs hoe je het verwisselt om het schoon te maken. Dat moet elke dag gebeuren om verstoppen te voorkomen. Het kalf krijgt een injectie met penicilline. Ik geef aan de boer een vol flesje voor de nabehandeling gedurende een week. Het kalf wordt apart gezet en het krijgt een eigen melkemmer. Want in het speeksel zitten difteriebacillen en die breng je over met de drinkemmer. Over een week of vijf als ik weer eens hier moet zijn, haal ik het buisje er wel uit. De opening zal daarna vanzelf dichtgaan.

Afloop
Na vijf weken is het kalf flink gegroeid. Het speelt door het hok en ademt rustig. Alleen de band om zijn nek herinnert nog aan de eerdere benauwdheid. Die band knip ik door en ik trek het buisje uit de luchtpijp. Maar al een week later begint het snurken opnieuw. De opening onder aan de hals is nu genezen, maar de ontsteking in het strottenhoofd kennelijk niet. De tracheotubus moet weer worden ingebracht. Als ik voor de nabehandeling  weer een flesje penicilline aanreik, blijkt dat er nog een half flesje over is van de vorige keer. Toen was er al na drie injecties niks meer aan hem te zien geweest. En van al dat spuiten werd hij toch zo schuw! Daarom is de kuur niet afgemaakt. De overlevende bacteriën hebben vervolgens voor een opleving van de ontsteking gezorgd. Boeren zuinigheid is wel goed, maar niet altijd goedkoop.

| Index Landbouwhuisdieren |
>> volgende: 19. Mond- en klauwzeer (non-vaccinatiebeleid)

 

www.verberneboek.nl
ISBN 978-90-812153-7-4
© 2008-2009 Rogier Verberne