|

ingang van het praktijkcentrum
2. Dokter voor vee en paarden (dierenartsenpraktijk op het platteland)
Op een groot bord boven de voordeur staat: dierenartsenpraktijk ”hintham”. Een Siamese tweeling is gestileerd tot de letter H van Hintham. Dat is een wijk van het acht kilometer westelijker gelegen Den Bosch. De naam herinnert nog aan de tijd dat de praktijk daar zijn thuisbasis had met twee dierenartsen. Vandaar het logo.
Gezelschapsdieren en landbouwhuisdieren
Toen waren dierenartsen alleskunners: op het spreekuur werden honden, katten, cavia’s, konijnen, duiven en andere ‘kleine huisdieren’ behandeld. Voor de behandeling van ‘grote huisdieren’ (koeien, varkens, geiten, schapen, kippen en paarden) werden de boerderijen in de omtrek bezocht. Maar de differentiatie deed zijn intrede en de praktijk werd gesplitst: voortaan werden de kleine huisdieren behandeld in een stadskliniek voor gezelschapsdieren en de medische zorg voor de grote huisdieren werd geleverd vanuit de plattelandspraktijk voor landbouwhuisdieren.
Dierenarts en veearts
De dierenarts in de stadskliniek is tegenwoordig doorgaans een vrouw. Zij besteedt steeds meer en duurdere zorg aan een groot aantal gezelschapsdieren. En ze wordt daarbij terzijde gestaan door speciaal opgeleide assistentes. De dierenarts in de plattelandspraktijk wordt nog altijd veearts genoemd. Veeartsen zijn meestal mannen. In de maatschap te Berlicum behandelt elk van de vier mannen twee diersoorten: rundvee en varkens; rundvee en paarden; varkens en kleinvee (schapen en geiten) of varkens en paarden. Alleen voor spoedgevallen zijn ze alle vier all round: tijdens de avond- en nachtdienst moet ieder van hen een koe of een schaap kunnen verlossen, ook door middel van een keizersnede; of een gebroken poot in het gips zetten. Hun medische mogelijkheden zijn beperkt doordat de behandelingskosten terugverdiend moeten worden door het herstelde dier. Want de veehouderij is een bedrijf waaruit de boer zijn inkomen haalt; geen hobby die geld mag kosten.
praktijkgebied
Maar het dierenartsendiploma maakt geen onderscheid tussen de verschillende beroepsbeoefenaren: de wet kent alleen de dierenarts. Daardoor worden de begrippen dierenarts en veearts vaak door elkaar gebruikt. Bijvoorbeeld op het bord boven de deur van de veeartsenpraktijk in Berlicum: daarop staat ‘dierenartsenpraktijk’ maar gezelschapsdieren worden er niet behandeld.
Boer en veehouder
Tegenwoordig zegt men liever veehouder dan boer. Maar een boer is meer dan alleen een houder van vee. Een boer is een persoonlijkheid, een karakter dat door vele generaties in het beroep is verankerd: eigenwijs, hardwerkend, nuchter, onafhankelijk en zuinig. En neem bijvoorbeeld een Bosschenaar die buiten gaat wonen en een paar vleeskoeien koopt. Zo’n man wordt dus veehouder, maar hij is daarmee nog geen boer!
Dienst
In de veeartsenpraktijk heeft altijd iemand dienst voor spoedgevallen. Nachten dat je daarbij niet je bed uit hoeft zijn zeldzaam; twee of drie oproepen in een nacht komen vaker voor. En die komen zelden achter elkaar, maar meestal als je net weer bent ingeslapen. Dienstweekeinden zonder werk zijn er niet. En de maandag daarna begint het telefonisch spreekuur gewoon weer om acht uur. Compensatie voor al dat extra werk in de vorm van vakantie is onmogelijk omdat de belasting voor de thuisblijvers dan te groot zou zijn: drie weken vakantie per jaar is het maximum. Zo werk je in een plattelandspraktijk dus 50 weken per jaar van gemiddeld 75 tot 80 uur. Dat zijn twee volledige banen in loondienst.
Ongelukken
Zo komen veeartsen vaak slaap tekort en ze maken daardoor nogal eens brokken met de auto. Gelukkig zijn er op de buitenwegen maar weinig toeschouwers als je bijvoorbeeld een sloot in rijdt. Voor krassen of kleine deuken heb ik de garage trouwens nooit lastiggevallen: je wil je auto ook niet al te vaak missen voor reparaties. Maar het werk mag niet lijden onder vermoeidheid: schadeclaims zijn niet langer ongewoon in de plattelandspraktijk en de beroepsaansprakelijkheid moet degelijk zijn verzekerd.
Ongezond
Het werk van de veearts is boeiend en veelzijdig, maar ook zwaar en gevaarlijk. Vooral zijn rug krijgt het te verduren. Chirurgische en verloskundige ingrepen gebeuren zelden op de juiste werkhoogte: vaak wordt er geopereerd terwijl het dier op de grond ligt. Dat betekent werken in gebukte houding of op je knieën, of allebei. Daarbij moet je oppassen voor trappen en stoten: die kunnen je ernstig beschadigen, zelfs invalide maken. Het gillen van varkens maakt vroegtijdig doof; stalstof dat je inademt kan tot emfyseem en allergieën leiden. En je staat bloot aan allerlei infecties die van dieren op mensen kunnen overgaan. De arbeidsongeschiktheid onder veeartsen is dan ook bijzonder hoog; zo hoog dat het een probleem vormt voor de verzekeringsmaatschappijen.
Assistente
In ons praktijkcentrum werken vier parttime assistentes. Die vormen het thuisfront. Ze nemen buiten het telefonische spreekuur de boodschappen aan en geven die door aan de veeartsen. Ze leveren aan de balie medicijnen af aan de boeren en bestellen de nieuwe voorraden. Ze steriliseren instrumenten voor keizersnedes en andere chirurgische ingrepen en houden het gebouw schoon. Ze boeken de verrichtingen in en draaien maandelijks de rekeningen uit; zetten koffie als hun bazen aanwezig zijn, zuchten opgelucht als ze weggaan en ruimen de rotzooi op die ze achterlaten. Het is maar een greep uit hun talrijke taken.
Telefoon
Een boer aan de telefoon beschouwt het noemen van zijn naam als tijdverlies of hij doet dat onverstaanbaar. De medicijnen die hij bestelt, hebben altijd moeilijke namen; de verpakking heeft hij niet bij de hand of die zit onder de stront. En zonder zijn bril kan hij de kleine lettertjes niet lezen: “Voor uierontsteking; ge weet wel; die ik altijd heb”. En raar maar waar: de goede assistente wéét dat. Tegen een boer die na lang zwoegen een kalf niet geboren kan krijgen en die, als het bijna te laat is, de veearts belt, moet je niet zeggen: “heeft u een ogenblikje, want ik heb nog iemand aan de andere lijn”. De goede assistente moet het vruchtwater aan zijn armen als het ware door de telefoon kunnen ruiken.
Vriendelijk
En hoe lomp de klant ook is, de assistente moet altijd vriendelijk blijven. Ook als ze een spoedvisite doorgeeft aan de veearts van dienst. Die is altijd bezig als hij wordt opgeroepen. In een druk programma komt een extra visite altijd ongelegen en hij kan de voorbije nacht ook al zijn bed uit zijn geweest. De assistente moet dus over diplomatie en veel geduld beschikken; ze mag geen fouten maken, mag nooit iets vergeten en ze moet onder alle omstandigheden vriendelijk blijven.
Zwanger
U vraagt zich af hoe onze assistentes dat volhielden. Mij heeft dat vaak verbaasd. Toch is nooit één van hen overspannen geweest. De reden dat wij de dames na verloop van tijd kwijtraakten, had altijd dezelfde oorzaak: zwangerschap. Vreemd was dat niet, want de duizendpoten die bij ons werkten, waren ook nog eens aantrekkelijke vrouwen. De boeren konden het werk van de dames en hun uiterlijk wel waarderen en kwamen zonder tegenzin hun medicijnen op de praktijk halen.

assistente
Kinderloos
Het contact tussen boer en veearts was in de praktijk doorgaans hartelijk. Aan de keukentafel werd vaak niet alleen het wel en wee van de veestapel besproken, maar ook dingen die speelden in het gezin. Zo bleef een echtpaar jarenlang kinderloos terwijl het ouderschap zeer werd gewenst. Na de bedrijfsbegeleiding kwam dat bij de koffie ter sprake. Omdat een van de praktijkassistentes weer moeder ging worden, lag de oplossing van het probleem voor de hand: “Laat je vrouw maar bij ons assistente worden; dan is ze zo zwanger.” Op dit hartelijke aanbod zijn de boer en zijn vrouw niet ingegaan.
| Index Landbouwhuisdieren |
>>
volgende: 3. Kalf afzagen (foetotomie) |