Veterinaire Verhalen over Landbouwhuisdieren

Rogier Verberne
met tekeningen van Marisca Bruinooge-Verberne

 

8. Doodliggen van biggen (gemengd bedrijf)

Volwassen zeugen zijn gewichtige dieren: tweehonderd kilo en méér wegen ze. Zo’n zeug heeft ruimte nodig om te gaan liggen. Een big die dan te dichtbij is, loopt het risico te worden geplet: ze kan worden doodgelegen.

Zeugenkooi
Biggen die door de zeug worden doodgelegen, zijn in de varkensfokkerij een serieuze verliespost. Daarom wordt in de kraamstal een kooi gebruikt die belet dat de zeug zich plotseling breeduit op haar zij laat vallen. Het is een constructie van stalen buizen die in het midden van het kraamhok wordt geplaatst. Als de werpdatum nadert, wordt de zeug daarin gezet. Biggen kunnen gemakkelijk onder de benedenbuis door. Zo kunnen ze weg als moeder aanstalten maakt om te gaan liggen; en ze komen aangehold zodra de zeug ligt en de spenen met het voedzame zog voor hen bereikbaar zijn geworden.

Warmtelamp
Een toom biggen telt doorgaans tussen de tien en achttien stuks. Ze scharrelen rond door het kraamhok, maar vooral de eerste paar dagen liggen ze het liefst onder een warmtelamp in een hoek van het hok op enige afstand van de zeug. Daar is het warm en veilig. Als de zeug gaat liggen, hollen ze naar haar toe om de beste spenen te pakken te krijgen en zoveel mogelijk te drinken. Maar zijn ze bij de zeug voordat moeder goed en wel ligt, dan bestaat het risico dat ze worden doodgelegen, zelfs met een zeugenkooi.

Waken
Tegenwoordig heeft een varkensfokbedrijf enkele honderden zeugen. Bij de geboorte van de biggen is de boer niet meer aanwezig: hij zou z’n eigen bed dan nauwelijks nog beslapen. Maar zo’n dertig jaar geleden was het aantal fokvarkens op de gemengde bedrijven klein en waakte de boer bij elke zeug die ging werpen. Want als bij de geboorte bijvoorbeeld nummer drie van de vijftien biggen dwars in de geboorteweg ligt en de doorgang blokkeert, dan zijn dertien dode biggen het gevolg. De dwarsligger dient dus bijtijds de juiste weg te worden gewezen. De volgende dag is het daarvoor te laat. Bovendien is bij pasgeboren biggen het risico op doodliggen het grootst: direct na hun geboorte zijn ze nog niet zo vlug. En de zeug krijgt weeën totdat ze de laatste big van de toom ter wereld heeft gebracht: ze kan dan opstaan en zich plotseling weer laten vallen. De oppassende boer legt de pasgeboren biggen daarom direct weg onder de lamp. Maar boeren maken lange dagen. De koeien worden elke ochtend al vroeg gemolken en ’s avonds, nog na het eten, voor de tweede keer. Kalveren worden vaak ’s nachts geboren en ook daarbij moet worden opgelet. Veel nachten zijn dus onderbroken. Slaapproblemen kent een boer doorgaans dan ook niet: hij hoeft maar ergens te gaan liggen en hij slaapt.

001

‘waken’ bij het werpen

Gemengd bedrijf
Op het gemengde bedrijf van Rien gebeurt alles op z’n tijd. Er is geen zoon als bedrijfsopvolger. Het gezin telt alleen twee bijna volwassen en mooie dochters. Met hun uiterlijk en temperament zullen die niet overblijven om thuis van de boerderij te leven. Daardoor ontbreekt voor Rien de prikkel om met z’n tijd mee te gaan. En zo is hier alles zo’n beetje bij het oude gebleven. Het aantal koeien is te klein om van te leven. Maar de fokzeugen zijn aangehouden; en de biggen die hij daarvan krijgt, mest hij zelf af. Kippen scharrelen overal rond op het erf. Ook die helpen de kosten van het levensonderhoud te drukken. Ach, ze hebben zo geen klagen. En zonder grote leningen bij de Rabobank heeft het leven ook weinig stress. Ze doen dus maar zo’n beetje heene….

Nachtrust
Eén van de zeugen is uitgeteld. Ze is gisteren al overgebracht naar het kraamhok en in de zeugenkooi gezet. Omdat ze aanstalten maakt om te gaan biggen, krijgt de vrouw vanavond het echtelijke bed voor zich alleen: Rien zal bij de zeug blijven waken. Met de geboorte van een toom biggen is al gauw een paar uur gemoeid. Zijn vrouw slaapt dus ongestoord in. Maar als ze wakker wordt, ligt ze nog steeds alleen in bed. De zon schijnt de kamer in en er heerst onrust in de koeienstal. Het is verdorie ook al halfnegen! Ze schiet in haar kleren en haast zich naar beneden. De koeien staan met strakke uiers en laten de melk in stralen lopen. Als ze de deur naar de stal met mestvarkens opendoet, ontstaat een oorverdovende herrie: de varkens willen vreten. Tenslotte vindt ze haar man in de kraamstal; hij ligt languit naast de zeug in het stro onder de lamp, in een diepe slaap. “Hei, Rien! Verdorie nog! D’r moet gemolke worre en gevoeierd. Het is al bekant negen uur!” Slaperig komt Rien overeind en klopt zich het stro van de overall. Hij wrijft z’n ogen uit en geeuwt. Dat is waar ook: de zeug was aan het biggen. Dan ziet hij de blik van zijn vrouw, strak langs hem heen kijkend naar het stro achter hem. Hij draait zich om en ziet het nu zelf ook: op zijn slaapplaats liggen twee dode biggen. Toen hij zich vannacht heeft omgedraaid in zijn slaap heeft hij ze zelf doodgelegen.

| Index Landbouwhuisdieren |
>> volgende: 9. Kleinvee (geitenverlossing)

 

www.verberneboek.nl
ISBN 978-90-812153-7-4
© 2008-2009 Rogier Verberne