11. Kalfziekte bij koeien (hypocalcemie)
Koeien kunnen rond het kalven verlamd raken. Meestal gebeurt dat in de eerste paar dagen na het kalven en het betreft altijd melkrijke koeien. De aandoening wordt daarom zowel kalfziekte als melkziekte genoemd. Eerst kan zo’n koe moeilijk opstaan en wankelt ze bij het lopen. Soms valt ze ongelukkig en kan ze zich ernstig beschadigen. Enkele uren later volgt de totale verlamming Een boer die zijn koeien kent, ziet het als een dier anders gaat lopen. En rond het kalven houdt hij ze extra in de gaten.
Kalk
Koeienmelk bevat veel kalk. Dus een koe die veel melk geeft, verliest veel kalk uit haar lichaam. Met de voeding moet ze dus ook veel kalk opnemen. Het kalkgehalte van het bloed wordt door hormonen nagenoeg constant gehouden. Kalk is o.a. belangrijk voor de spieren die voor hun werk een bepaalde concentratie in het bloed nodig hebben. Wordt die te laag dan raken de spieren verlamd. Dat geldt ook voor de hartspier. Die houdt het wel nog het langste vol. Maar als de bloedspiegel echt te laag wordt, volgt een hartstilstand. Een koe met kalfziekte is dus een spoedgeval.
Onderzoek
Het is avond, rond melktijd en ik moet naar de noordrand van de praktijk richting Maren-Kessel. De boerderijen hier in de polder zijn vrij nieuw, want vijfenzeventig jaar geleden stond hier in de winter nog Maaswater. De patiënt ligt in de kalverwei vlakbij de koeienstal. Vanmiddag heeft ze normaal gekalfd. Maar daarstraks gedroeg ze zich niet zoals anders. De boer heeft haar daarom hierheen geleid voordat hij is begonnen met melken. Hij verdenkt haar van kalfziekte en hier in het gras ligt ze zachter en kan ze gemakkelijker opstaan dan binnen op de betonnen vloer. Hij heeft haar een dek opgebonden tegen de afkoeling. Daarna is hij gaan melken. De melkmachine en de koeling van de melktank draaien op volle toeren als ik aankom. Een flink lawaai is dat, zelfs als je buiten op enige afstand staat. De koe ligt half op haar zij in het gras. Ze is niet gemolken, maar desondanks is de uier slap. Onder het koedek voelt ze koud aan ondanks het dek en de thermometer geeft inderdaad een ondertemperatuur aan. De nageboorte is er afgekomen. Het blijkt een SIP-koe te zijn. Dat staat voor Stier Inseminatie Programma. Het betekent dat de KI-vereniging van deze koe graag een stierkalf wil hebben als toekomstig vaderdier. Ze werd dan ook geïnsemineerd met het sperma van een topstier. Zij behoort dus tot het allerbeste stamboekvee in de regio.
Behandeling
Twee dikke melkaders onder de buik doen vermoeden dat de uier tot een grote productie in staat is. Ik steek een lange infuusnaald in één van die aders. Via een slang sluit ik de fles aan met een oplossing van vooral calciumzouten. Even opletten dat er geen luchtbellen meestromen. De boer komt de melkput uit en vertelt het verhaal. “Nee, gevallen is ze niet, maar ze liep raar”. Zijn vrouw houdt intussen de fles met het infuus omgekeerd omhoog. De calciumzouten stromen het lichaam in. En dat gaat snel: een halve liter in een minuut of vijf. Ik luister naar het hart. Want ook een te hoge kalkspiegel in het bloed is gevaarlijk. Als er een extra hartcontractie komt, moet de fles omlaag om de infuusstroom te vertragen. De resterende kwartliter vergt meer tijd, maar zo kan het hart dit verdragen. Vervolgens krijgt ze onder de huid nog een depot van een calciumoplossing. Als straks de bloedpiegel weer daalt, wordt dat depot opgenomen. Morgenochtend moet die onderhuidse injectie nog eens worden herhaald. Daarvoor laat ik een flesje achter met een spuit en een paar steriele naalden.
Verklaring
Waardoor krijgt een koe met een voorraad van tientallen kilo’s kalk in haar botten een te laag kalkgehalte in haar bloed? En waarom gebeurt dat alleen kort na het kalven? De melkproductie bereikt immers pas een week of zes later haar top. Dan pas verliest de koe de meeste kalk uit haar lichaam.
Ik stel me dat zó voor: nadat een koe ruim tien maanden lang melk heeft geproduceerd, volgt de droogstand: ze wordt dan gedurende een week of zes niet meer gemolken. Want ze is dan hoogdrachtig en de ‘melk-accu’ moet opnieuw worden opgeladen voor de volgende lactatieperiode. Tijdens de droogstand gaat er geen kalk uit haar lichaam verloren. Hieraan komt abrupt een eind als het kalf wordt geboren en de melkproductie weer op gang komt. Bij de moderne melkgiganten kan de dagproductie dan in drie weken stijgen tot meer dan veertig liter per dag. Voor de bijschildklieren die het hormoon moeten produceren om de kalkvoorraad uit de botten van de koe vrij te maken om daarmee de kalkspiegel in het bloed constant te houden, is dat een geweldige overgang: na de geboorte van het kalf moet die hormoonproductie plotseling worden vertien- of vertwintigvoudigd. Tijdens die eerste paar dagen is het voor de bijschildklieren dus ‘dweilen met de kraan open’. De betere koeien produceren dan al zoveel kalkrijke melk dat ze er letterlijk bij kunnen neervallen en de dood erop volgt door kalktekort in het bloed. Met een speciaal rantsoen tijdens de droogstand en met aangepaste voeding rond het kalven is die overgang in de hormoonproductie wel op te vangen en kalfziekte te voorkomen.
Herstel
De behandeling van koeien met kalfziekte is dankbaar werk. Volledig verlamde dieren op de rand van een hartverlamming, staan na een infuus soms weer op in minder dan een kwartier. Vaker duurt het herstel één of twee uur, als ze erg zijn afgekoeld; bijvoorbeeld als ze pas ’s morgens bij het melken worden aangetroffen in verlamde toestand. Maar als er geen complicaties zijn van spierverscheuringen of botbreuken doordat ze ongelukkig zijn gevallen, dan is het resultaat van de behandeling vaak spectaculair: soms loopt de koe alweer te grazen als je van het erf afrijdt.
_clip_image002.jpg)
in een kwartier van bijna dood tot springlevend
| Index Landbouwhuisdieren |
>>
volgende: 12. Scherp-in (een koe die niet vreet) |