Veterinaire Verhalen over Landbouwhuisdieren

Rogier Verberne
met tekeningen van Marisca Bruinooge-Verberne

 

16. Leverbot (distomatose)

Heilbot en tarbot zullen vooral visliefhebbers wel kennen; maar leverbot? Dat is geen vis maar een worm met de vorm van een platvis. Een leverbot wordt maar drie centimeter lang en hij leeft in de galgangen van de lever. Vandaar de naam.

Waterkers
Leverbotinfecties vormen een serieus gezondheidsprobleem voor schapen en runderen. Die infecteren zich met deze wormen door het vreten van gras dat met larfjes van de parasiet is besmet. Ook bij mensen komen leverbotinfecties voor. In Nederland zijn ze wel aangetroffen tijdens buikoperaties. In België gaat het om tientallen gevallen; in Frankrijk om vele honderden. Bij mensen is het eten van wilde waterkers de belangrijkste bron van  besmetting met leverbot. Wilde waterkers groeit rond waterpoelen en langs slootkanten in de weilanden. Het is een populaire groente in Frankrijk.

Slak
De besmetting met leverbot gaat indirect over van schapen en rundvee op mensen. De tussengastheer is een slakje. Kleine poelslakken komen voor in waterpoelen en sloten. Ze raken met leverbot besmet door de mest van schapen of rundvee. Wat later komen uit de slakken infectieuze larfjes vrij die zich hechten aan het gras op de waterkant en aan waterkers als die daar groeit. Je ziet die larfjes niet, want ze zijn maar een kwart millimeter klein. En met wassen raak je ze niet kwijt. De infectie geeft bij mensen allerlei weinig specifieke klachten en een gestoorde leverfunctie.


waterkers 
 waterkers
poelslakje 
poelslakje

Schade
Bij het vee kan besmetting met leverbot ernstige ziekte veroorzaken. In het beruchte leverbotjaar 1968 stierf op sommige bedrijven 80% van de schapen aan de infectie. Na natte zomers komen massale besmettingen voor; zo ook in 2007. De Werkgroep Leverbotprognose houdt gevoelige percelen in de gaten en brengt elk najaar een prognose uit over te verwachten gezondheidsproblemen door leverbotbesmetting. Runderen en schapen die op drassige weidepercelen hebben gelopen, kunnen dan bijtijds worden behandeld. Een doeltreffende bestrijding van de poelslak is er echter niet. Je zou daarvoor poelen en sloten moeten droogleggen.

Symptomen
Als op een bedrijf in de omgeving van Utrecht de melkproductie van de koeien daalt en het jongvee vermagert, wordt de hulp van de faculteit voor diergeneeskunde ingeroepen. De dieren hebben gele slijmvliezen en bloedarmoede. Vooral de pinken en de schapen hebben het zwaar te pakken. Als enkele van hen sterven, wordt sectie verricht: een ernstige besmetting met leverbot blijkt de oorzaak. De schapen, het jongvee en de droogstaande koeien worden met een leverbotmiddel behandeld. Bij de melkkoeien kan dat niet omdat het medicijn in de melk wordt uitgescheiden. Zij komen pas later aan de beurt tijdens hun droogstand.

003

fierljeppen

Veldonderzoek
Professor Swierstra is bereid om op het bedrijf polshoogte te gaan nemen en een plan van aanpak op te stellen. Hij is parasitoloog aan de faculteit en voorzitter van de Werkgroep Leverbotprognose. Bij het volgende bedrijfsbezoek vraagt de veearts naar het resultaat van dit onderzoek. Maar de boer verzekert dat de professor nog niet is geweest. Dat is vreemd: bij het maken van de afspraak is toch op spoed aangedrongen. Maar de professor kàn wel eens verstrooid zijn, dat is bekend. Twee weken geleden is er wel iemand op het bedrijf geweest. Die man heeft overal langs de slootkanten slakjes verzameld. Zijn naam herinnert de boer zich niet meer. Maar het was de professor zeker niet geweest.

Fierljeppen
Want wat was er gebeurd? De onderzoeker was bij zijn rondgang door de weilanden over de sloten gesprongen. Daarbij had hij zich van een polsstok bediend. Maar bij een bredere vaart bleek de stok te kort en was hij in het water gevallen. Z’n hoofd zat onder het kroos toen hij druipend de keuken van de boerderij was binnengekomen. Daar had hij zich uitgekleed tot op z’n onderbroek en de boerin had zijn kleren bij de kachel gedroogd. Intussen hadden ze samen in de keuken koffie gedronken. jazeker. Jazeker, een bijzonder vriendelijke man. Maar de professor kon dit beslist niet geweest zijn: in z’n onderbroek aan de keukentafel!

Status
Professor Swierstra (want die was het toch geweest) was niet alleen hooggeleerd; hij was ook een eenvoudig mens. Aan status en standsverschillen had hij geen boodschap. Hij was in dit opzicht z’n tijd vooruit.

| Index Landbouwhuisdieren |
>> volgende: 17. Ringschimmel (trichofytie)

 

www.verberneboek.nl
ISBN 978-90-812153-7-4
© 2008-2009 Rogier Verberne