|
 bij schapen_clip_image002.jpg)
Drents heideschaap (ram)
15. Maden (myiasis)
Maden zijn vliegenlarven. De maden van de blauwgroene vlieg voeden zich met kadavers en vleesresten. Maar niet alleen daarin zetten deze vliegen hun eitjes af: ze leggen die ook in de wol bij schapen. Na een paar dagen komen de eitjes uit en de maden dringen dan door de huid van de dieren het lichaam binnen. Ze voeden zich met het vlees van het schaap.
Blauwgroene vlieg
Onder Nederlandse klimaatomstandigheden ontpoppen deze vliegen zich vroeg in het voorjaar en ze vliegen tot eind oktober. Ze leggen hun eitjes in rottende vleesresten en in schapenwol die met mest is bevuild: dus vooral op en rond de staart en de wol aan de billen. Zolang het schaap maar harde keutels produceert, blijft de wol daar schoon en is de kans op het krijgen van maden klein. Maar door darmparasieten (wormen en coccidiën) en erg mals gras kan diarree ontstaan. Die koekt aan de staart en op de wol daaromheen. In het voorjaar is de kans op dunne mest groot. Want in maart en april krijgen de ooien lammeren en dan worden massa’s wormen in hun maagdarmkanaal actief die de voervertering verstoren. Het nieuwe, malse gras begint te groeien. En juist dan vliegen de blauwgroene insecten uit.
Bestrijden
Maden op en onder de huid van het schaap veroorzaken jeuk en pijn. Als een dier met honderden maden besmet raakt, heeft dat de dood van het schaap tot gevolg als niet bijtijds wordt ingegrepen. Er zijn bestrijdingsmiddelen voor maden die je op de rug en de staart van een aangetast schaap kunt gieten of spuiten. De maden zijn dan in enkele minuten dood. Het is giftig spul dat niet alleen dodelijk is voor maden: als je het middel in een kanaal zou gieten, komen tot honderden meters ver dode vissen bovendrijven. Het gebruik van deze insecticiden is daarom gebonden aan strenge regels. In Nederland was de toepassing bij landbouwhuisdieren jarenlang zelfs helemaal verboden: koeien, schapen en varkens met luizen, maden of schurft mochten er niet mee behandeld worden. Maar sinds de invasie van knutten in 2006 en 2007 een grote uitbraak veroorzaakte van blauwtongziekte bij schapen en koeien, werden enkele van deze insecticiden weer voor gebruik in de veehouderij toegelaten.
Voorkómen
Om een besmetting met maden te voorkomen moet je ervoor zorgen dat de vliegen geen eitjes afzetten in de schapenwol. Een eenvoudige en effectieve maatregel is om de schapen te scheren. Want de vliegen zetten hun eitjes niet af op de kale huid. Als de wol na een paar maanden weer aangroeit, moet die vooral schoon blijven. De schapen moeten dus harde keutels blijven produceren en daarom moet een zware besmetting met maagdarmwormen voorkomen worden. Om niet teveel infectieuze larven van die ingewandswormen op het weidegras te krijgen, moet je de schapen ‘strategisch’ behandelen tegen wormen: op het juiste moment, met een effectief wormmiddel en elk schaap goed gedoseerd naar zijn gewicht. De dieren mogen niet te lang op dezelfde wei blijven grazen: na een bepaalde tijd moeten ze worden verweid naar een schoon perceel, waar het gras weinig is besmet met maagdarmwormen.
Weilandbeheer
Maar hoe kom je aan een wei die weinig besmet is met maagdarmwormen?
Maaien van het gras vermindert die besmetting. Je kunt de wei ook laten begrazen door paarden: die vreten met het gras de wormlarven op die voor schapen besmettelijk zijn zonder dat ze daarvan zelf last ondervinden. En omgekeerd gebeurt hetzelfde. Afwisselende beweiding door paarden en schapen vermindert dus de besmetting van het gras. Maar daarvoor zijn grote weidepercelen nodig met kleine aantallen paarden en schapen.
Voorjaar
Het weiland van anderhalve hectare heb ik verdeeld in drie percelen. Op één daarvan lopen een rijpaard en een pony; op een ander grazen acht Drentse heideschapen. Als de laatste ooi heeft gelamd, laat ik de schapen scheren. Dat is meestal in april. Dan is het ook tijd om ze te ontwormen en te verweiden: de paarden gaan naar het lege perceel, de schapen komen op de wei van de paarden. Begin juli schuiven ze voor de tweede keer door en eind september nog eens. In 2006 is het al vroeg in het voorjaar warm en ik moet drie weken wachten voordat m’n schapen geschoren worden. Als de scheerder komt, schijten de dieren geen harde keutels meer maar dikke drollen. Eén ooi heeft mestklonten aan de staart. En jawel hoor: daar wriemelen grauwwitte maden. De staart is dik en ontstoken. Gelukkig zijn er enkele wormmiddelen die ook maden doden die zich al in het schapenlichaam bevinden. Met zo’n wormmiddel spuit ik alle ooien in. De maden die nog in de wol van het schaap zitten, worden met de vacht verwijderd. Daarna is de aangetaste ooi voorspoedig genezen en er hebben zich geen infecties met maden meer voorgedaan bij de andere schapen.
 bij schapen_clip_image004.jpg)
Drentse heideschapen (ooien)
| Index Landbouwhuisdieren |
>>
volgende: 16. Leverbot (distomatose)
|