Veterinaire Verhalen over Landbouwhuisdieren

Rogier Verberne
met tekeningen van Marisca Bruinooge-Verberne

 

4. Onderlinge veeverzekering (slepende melkziekte) 

In de voorbije twintigste eeuw had elk Brabants boerendorp een onderlinge veeverzekering die in ons praktijkgebied ‘het fonds’ werd genoemd. Die coöperatieve verzekering bood dekking tegen het verlies van vee. Niet alleen gestorven dieren vielen onder het fonds maar ook zieke of gewonde dieren die van het bedrijf moesten worden afgevoerd voor de slacht of voor destructie als behandeling niet zinvol of economisch onverantwoord was.

Gemengd bedrijf
Rond 1970 was het boerenbedrijf in Noord-Brabant nog gemengd en kleinschalig met twee tot zes melkkoeien en wat jongvee; twee of drie zeugen plus een paar mestvarkens, enkele tientallen kippen en een moestuin. En daarvan leefden gezinnen met tien en meer kinderen. Een koe die doodging betekende een groot verlies. Er waren toen veel meer boeren dan nu en die deelden dan gezamenlijk de schade. Maar de bedrijven groeiden en gingen naar diersoort specialiseren. Melkveebedrijven hadden in de jaren tachtig al een veertigtal koeien; rond het jaar 2000 waren dat er zo’n negentig tot honderd. Het verlies van een koe woog steeds minder zwaar. En er bleven steeds minder boeren over om die schade te delen. Daarmee had de onderlinge veeverzekering in zijn oude vorm afgedaan. In de eenentwintigste eeuw betreft de veeverzekering van boeren alleen nog calamiteiten. Die schade moet door een grote maatschappij worden gedekt. Het fonds in Berlicum en Den Dungen heeft nog op de vertrouwde manier gefunctioneerd tot de uitbraak van mond- en klauwzeer in 2001.

001

weegbrug

Weegbrug
Het bedrag dat uit de kas van het fonds aan de getroffen boer werd betaald bij het verlies van een koe, was afhankelijk van haar gewicht. Het dode of zieke dier moest dus worden gewogen voordat het van het bedrijf werd afgevoerd. Een bestuurslid van het fonds kwam dan met zijn tractor naar de betreffende boerderij. Achter op zijn trekker bevond zich de weegbrug. Die was niet door een Delfts ingenieur ontwikkeld, maar bedacht en vervaardigd op een boerderij in Berlicum. En reken maar dat er op het meetresultaat niks viel af te dingen, want er moest per kilo worden uitbetaald.

Hersenverschijnselen
Het is avond en ik heb geen dienst. Toch belt er een boer: of ik niet even wil komen. Dat is heel ongewoon. Ik vraag verder niks en vertrek meteen. Op het erf staat de trekker met de weegbrug van het veefonds. Een halfuur eerder werd een koe door de dienstdoende collega afgekeurd omdat ze vermoedelijk lijdt aan de ziekte van Aujeszky. Het dier gedroeg zich vreemd. Bij de meeste ziekten die met hersenverschijnselen gepaard gaan, is de afloop dodelijk. Zoals bij de gekke-koeien-ziekte, botulisme, hondsdolheid en nog een handvol andere akelige aandoeningen.

Ziekte van Aujeszky
Het Aujeszky-virus komt in de jaren tachtig nog wijdverbreid in Nederland voor onder varkens. En deze boer heeft niet alleen melkvee maar ook mestvarkens. Door bloedonderzoek is vastgesteld dat het Aujeszky-virus daar circuleert. Daarvan merk je weinig: volwassen varkens kunnen drager zijn van het virus zonder zelf ziek te worden. De varkensstal staat hier op ruime afstand van de koeienstal; en er wordt in die stal gewerkt in aparte bedrijfskleding en met apart gereedschap. Maar het overbrengen van een virus is nog veel minder dan een kleinigheid. Bij koeien kan het Aujeszky-virus in het zenuwstelsel binnendringen. Het afwijkende gedrag dat dan ontstaat, wordt ‘pseudorabiës’ genoemd omdat het lijkt op hondsdolheid. En een dolle koe is een angstaanjagend gezicht. Ik heb dat eerder meegemaakt. Terwijl ik zo’n koe stond te temperaturen vloog ze plotseling brullend naar voren en beet zich schuimbekkend en met rollende ogen vast in de stalen beugel waaraan ze vaststond (gelukkig héél stevig). Dat gebeurde zo onverwacht en het zag er zo vervaarlijk uit dat de boerin, die vóór de koe bij de deur stond, in paniek naar binnen vluchtte en zich niet meer liet zien tot het dier van het erf was afgevoerd. In een later stadium wordt zo’n koe suf en na twee of drie dagen gaat ze dood. Behandeling verandert daar niks aan. De diagnose kan alleen met zekerheid worden gesteld door onderzoek van de hersenen en het ruggemerg. Dus pas na de dood. Gelukkig is het virus niet besmettelijk voor mensen. Koeien kunnen ook echte honsdolheid krijgen door de beet van een vos of een dolle hond als ze in de wei lopen. Dat virus is wel besmettelijk voor mensen. Het is dus oppassen bij koeien met hersenverschijnselen.

Onderzoek
“Goejenavond samen.” De boer en de voorzitter van het fonds voelen zich ongemakkelijk met de situatie. Nooit eerder is in deze praktijk een ‘second opinion’ gevraagd. Dat heeft dus een dringende reden. In de vroegere paardenstal ligt een magere koe met ingevallen flanken. Ze vreet niet meer en ‘de melk is er onderuit.’ In de koeienstal deed ze vreemd, ze leek blind; en onderweg hierheen liep ze te zwalken. Nu kijkt ze sloom en wil niet meer  overeind. De achterpoten zijn wat gezwollen: er zitten zoolzweren onder de buitenklauwen. Ondanks de versufte indruk van de koe ben ik op mijn hoede. Ze heeft geen koorts en de pens ligt stil. Bij het inwendige onderzoek blijkt de buik leeg: de koe is niet drachtig, in de pens zit maar weinig voer en de darmen zijn leeg. Bij het urineonderzoek kleurt het teststrookje onmiddellijk felpaars: er zitten dus veel ketonen in de urine.

Slepende melkziekte
Bij de afbraak van lichaamsvet, dus als een dier ernstig vermagert, komen ketonen vrij in het bloed. Als die concentratie hoog oploopt, worden de hersenen erdoor geprikkeld en kan een afwijkend gedrag ontstaan. Die ketonen worden niet alleen met de urine uitgescheiden maar ze worden ook uitgeademd. Veel mensen merken dat niet, maar enkelen hebben een neus die daarvoor speciaal gevoelig is: die herkennen de lucht op afstand. De voorzitter van het veefonds beschikt over zo’n gevoelige neus. Tussen veertig koeien wijst hij aan welk dier aan slepende melkziekte lijdt. Zo wordt de aandoening genoemd van een koe die haar eigen vetreserves verbrandt. Ik heb dat reukvermogen van de voorzitter eerder een paar keer getest door urineonderzoek. Want als je zelf met je neus vlak vóór een doodzieke koe helemaal niks afwijkends ruikt, is het moeilijk te geloven dat iemand die lucht al opmerkt op vijftien meter afstand. En hij is deze koe komen wegen vanavond. Op de weegbrug was hem de lucht van het dier opgevallen. “Die koe heeft geen Aujeszky maar slepende melkziekte” heeft hij tegen de eigenaar gezegd. Dat is vaak met een goed resultaat te behandelen. Misschien kan ook deze koe dus nog genezen en hoeft ze niet uit de fondskas te worden betaald.

Behandeling
De vetverbranding moet worden gestopt en de oorzaak ervan moet worden behandeld. Bij een koe die veel melk geeft, kan kreupelheid de oorzaak zijn: door de pijn aan haar poten bij het staan aan het voerhek vreet ze te weinig. Als het allebei de achterpoten betreft, is die kreupelheid moeilijk te zien. De koe krijgt een infuus met een suikeroplossing om de verbranding van het lichaamsvet te stoppen en een spuitje met bijnierschorshormonen. Er wordt smakelijk hooi en mais voor haar neergelegd. Dan krijgt ze een ‘vreetspuit’: een stof die de hersens prikkelt om te gaan vreten. Twee flessen met propyleenglycol laat ik achter om de komende dagen in de bek in te geven. Bij herkauwers werkt dat zoals druivensuiker bij de mens. De koe moet verder zoveel mogelijk gaan vreten om weer op gang te komen. En terwijl ze nog ligt, kunnen de klauwen worden bekapt. Want daar, met die zoolzweren, is de ellende in dit geval begonnen.

Afloop
De koe is gaan vreten en na een paar weken is ze helemaal opgeknapt. Doordat ze nog niet zo lang geleden had gekalfd, is ze ook weer volop  melk gaan geven. Ze heeft daarna nog enkele jaren naar tevredenheid op het bedrijf gefunctioneerd. De fondskas werd deze keer niet aangesproken. Een goede neus is dus geld waard. In dit geval: de prijs van een melkkoe.

| Index Landbouwhuisdieren |
>> volgende: 5. Kopziekte (hypomagnesemie)

 

www.verberneboek.nl
ISBN 978-90-812153-7-4
© 2008-2009 Rogier Verberne