17. Draadwond (afwisselend beweiden)
Prikkeldraad, gladde staaldraad en nylondraad worden veel gebruikt om weilanden af te rasteren. Maar die dunne draden zijn voor paarden slecht te zien. Dat is vreemd voor een dier dat al op vierhonderd meter afstand z’n eigenaar herkent. Ongelukken met paarden die in zulke draden verstrikt raken, komen vaak voor en ze veroorzaken ernstige wonden.
Afrastering
Percelen voor paarden kunnen beter worden afgezet met planken of balken of met een breed lint. Dat zien ze. Maar als op dat perceel ook schapen worden geweid, mogen die weer niet onder de afrastering door kunnen. De afwisselende beweiding van grasland door paarden en schapen is praktisch. Schapen grazen de schijtbossen af die paarden in de wei achterlaten. En ze verminderen de besmetting van het gras met de ingewandswormen van het paard doordat ze met het gras de wormlarven opvreten die voor paarden besmettelijk zijn. Zelf ondervinden ze daarvan geen enkele hinder: ze verteren de larven zonder dat die zich in de darm verder kunnen ontwikkelen. Omgekeerd verteren paarden de wormlarven die voor schapen besmettelijk zijn. Een vorm dus van biologische samenwerking. Een afrastering met een paar stroomdraden boven elkaar voor de schapen en met een breed lint of een balk erboven voor de paarden is in zo’n geval een oplossing.
Scheurwond
Een paard wil in de wei wel eens rollen. Dichtbij de afrastering is dat riskant: een been kan dan tussen de draden komen. Een paard dat vast komt te zitten, gaat trekken; met geweld. Meestal breekt dan de draad; soms breken de palen waaraan de draad vastzit. Maar gebeurt dat niet, dan blijft het paard rukken tot z’n totale uitputting of tot het been eraf is. De wonden die ontstaan zijn een ravage: rafelige en verontreinigde scheurwonden. Vaak is het bot beschadigd, soms ligt een gewricht open. In het laatste geval is doorgaans geen redding mogelijk. Ook bij minder dramatische draadwonden duurt het genezingsproces meestal vele maanden. Lelijke littekens zijn zichtbaar en het been blijft dikker dan normaal.

drie jaar oude draadwond rechtsachter
Goedemorgen
Op een ochtend aan het eind van september hangt er nevel over de wei achter ons huis. Daardoor zijn de schapen vanuit het slaapkamerraam niet te zien. Alleen het hoofd van de merrie steekt boven de mist uit. Als ik tussen de middag thuiskom, staat ze op dezelfde plaats. De nevel is verdwenen en ik zie dat een deel van de afrastering plat ligt: een aantal paaltjes is afgebroken. Pas dan valt me op dat er met het paard iets mis is. De schrik slaat me om het hart: ze zal toch niet …? Op een draf hol ik erheen en jawel hoor: het rechter achterbeen is ernstig beschadigd. De voorkant van de kogel steunt op de grond en de hoef is naar achteren omgeklapt doordat de strekpees is afgescheurd. De huid hangt omlaag als een afgezakte kous. Het pijpbeen ligt bloot en er zitten diepe groeven in. Het spronggewricht is één bloederige wond van gerafeld vlees. En alles zit vol haren en vuil.
Gewricht
Aan het halster strompelt ze met me mee tot de stal. Daar rol ik de tuinslang uit. Maar de haren, de bloedstolsels en het vuil laten niet los door de waterstraal: alles zit vastgekoekt. Dan rij ik m’n auto de wei in zodat ik alles bij de hand heb voor de behandeling. Ze krijgt een praam op de bovenlip. Daardoor ontstaat een lichte verdoving, net als bij acupunctuur. Ik maak het been schoon met verbandgaas en betadinejodium. Opzij van de wond steek ik een naald in het spronggewricht en spuit er penstrep in. Dat is een melkwitte antibioticumcombinatie. Door de druk bolt het gewricht op. Als het ergens lek is, zal de witte vloeistof naar buiten komen en in de wond goed te zien zijn. Dat gebeurt gelukkig niet: het spronggewricht is tenminste nog intact: Hoera! Ze krijgt een spuit in de bil met dezelfde antibiotica. Die worden met de bloedstroom door het lichaam verspreid en bereiken zo het achterbeen. De wond is van de voorbije nacht en dus is de onsteking al begonnen. Om het onderbeen wikkel ik paraffinegaas: dat kleeft niet vast aan de wond. Daaromheen komt een steunverband. Dan krijgt ze in de mond een pijnstiller. Ziezo. Wat een ellendige rotdag!
Nazorg
De pijnstiller en de injecties met antibiotica krijgt ze ook de twee dagen daarna. Ze blijft op stal, doet alleen een paar keer per dag enkele passen buiten de box om de bloedstroom op gang te houden. Na een week volgt de eerste verbandwisseling. Dat gebeurt daarna elke week, twee maanden lang. Als de genezing op gang komt, gaat het onder het verband jeuken. De merrie gaat er eerst aan likken en begint er dan in te bijten. Zonder zo’n verband zou ze echt in de wond en het eigen vlees bijten: want jeuk is erger dan pijn. Pas als de jeuk een paar weken later voorbij is, kan het verband eraf. Het genezingsproces gaat dan hard. Te hard, want er vormt zich wild vlees. Dat groeit uit tot een bloemkool. Het moet worden vlakgesneden en de spuitende bloedingen die daarbij ontstaan, worden gestelpt door een nieuw drukverband.
Afloop
Na een maand of vier raakt de wond tenslotte door huid bedekt, afgezien van het brede en onregelmatige litteken. De afgescheurde strekpees werkt weer normaal: het weefsel dat het gat aan het onderbeen heeft opgevuld functioneert kennelijk als pees. Later wordt de merrie als driejarige voor het stamboek gekeurd en daarin opgenomen. Ook bij het rijden blijkt dat ze geen functionele problemen heeft overgehouden aan de verwonding van twee jaar geleden. Het enige dat rest is een dikker been met een litteken. Zo’n intensieve behandeling en verzorging zijn echter bij een drukke praktijk niet te doen. En zo is het altijd wat: Heb je een drukke baan, dan is er voor het houden van een eigen paard niet genoeg tijd. Heb je niet zo’n drukke baan dan is er tijd genoeg, maar kun je geen eigen paard houden.
| Index Paarden |
>>
volgende: 18. Ongeluk (spoedeisende hulp)
|