Veterinaire Verhalen over Paarden

1984 - 2004

hoe het vak van paardenarts veranderde


verteld door Leo Rogier Verberne
met tekeningen van Marisca Bruinooge-Verberne


Paarden
  • Cover
  • Opdracht
  • Colofon
  • Paardenarts 1984-2004
  • Hoefbevangenheid
  • Kreupelheidsonderzoek
  • Plattelandspraktijk
  • Aankoopkeuring
  • Hoefkatrol
  • Dampig
  • Infarctkoliek
  • Droes
  • Klophengst
  • Lang castreren
  • Padhengst
  • Paardenverlossing
  • Veulenziekte
  • Bolspat
  • Draadwond
  • Hoge schoft
  • Baarmoederontsteking
  • Dichtzetten
  • Hormoonspuit
  • Tweelingdracht
  • Verkeersongeluk
  • Hoofdwond
  • Zadelmak
  • Auteur
  • 12. Paardenverlossing (veulen in hurkzit)



    Bij de geboorte van een veulen komen niet vaak complicaties voor. Dat is maar goed ook want de merrie perst bij de bevalling met grote kracht. Bij een afwijkende ligging van het veulen heeft dat vaak een ravage van de geboorteweg en soms de dood van het veulen tot gevolg. De merrie perst het veulen desnoods naast de schede of door de endeldarm en anus naar buiten. Bij een afwijkende ligging moet dus snel worden ingegrepen.

    Bewakingsapparatuur
    De geboorte van een veulen duurt maar even: in een normaal geval is het een kwestie van een tiental minuten. Om bij een veulengeboorte op tijd aanwezig te kunnen zijn, is er allerlei bewakingsapparatuur ontwikkeld: camera’s in de stal met monitoren in de slaapkamer van de eigenaar en elders. Apparatuur die alarm slaat als de merrie gaat liggen of als ze begint te zweten. Een sensor in de schede die op het vruchtwater reageert wordt wel toegepast. Sommige fokkers zetten zelfs hun bed in de stal om er op tijd bij te zijn als hun merrie gaat veulenen.

    Handen thuis
    Bij een normale paardenbevalling is trekken aan de benen van het veulen niet nodig. De persweeën van het moederdier zijn krachtig genoeg. Dat geldt althans voor rijpaarden en andere zogenaamde warmbloeden. Voor trekpaarden en Shetlandpony’s, zogenoemde koudbloeden, is dat een ander verhaal. Bij het begin van de bevalling controleer je of de ligging van het veulen normaal is. In dat geval doe je verder niks. Op z’n Brabants gezegd: ga dan maar terug-staan. Alleen als je een afwijkende ligging vaststelt, moet je ingrijpen. Daarbij moet je dan snel en doortastend zijn. Maar bij een normale bevalling trekken, houdt het risico in dat je bij het veulen een hurkzit veroorzaakt. Als je aan de voorbenen gaat trekken voordat het draaien en strekken van het achterlijf in de baarmoeder is voltooid, kun je de achterhoefjes van het veulen in het bekken van de merrie trekken en zo het strekken van de achterbenen blokkeren.

    Draaien en strekken
    Voordat het geboorteproces begint, ligt het veulen op zijn rug in de baarmoeder met vier benen opgevouwen op z’n buik. Als de uitdrijving begint, moet het om zijn lengteas draaien naar buikligging. Daarbij worden eerst de voorbenen gestrekt. Als die met het hoofd en de hals door het bekken van de merrie schuiven, strekken zich vervolgens ook de achterbenen. Maar als bij de draaiing van het veulen om zijn lengteas de hoefjes van de dan nog gebogen achterbenen in het bekken van de merrie terechtkomen, ontstaat een hurkzit. In die houding kan een veulen het merriebekken niet passeren: de lange pijpen van de achterbenen komen dan verticaal voor de bekkeningang te staan. Trekken, hoe hard ook, verandert daar niks aan. De achterbenen moeten eerst worden gestrekt voordat het veulen er door kan.

    Alarm
    In het pension staat een dertigtal paarden en pony’s. Vooral meisjes komen er rijden, poetsen en kletsen. De naderende geboorte van een veulen houdt hier de gemoederen danig bezig. Waakzame ogen zijn tot laat in de avond in de stallen aanwezig. Als de merrie eindelijk aanstalten maakt om met bevallen te beginnen, gaat het menselijke alarmsysteem op volle toeren draaien: er wordt druk getelefoneerd en binnen enkele minuten stroomt de stal vol met nieuwsgierigen. Als de merrie gaat liggen en de vruchtblaas in de geboorteweg verschijnt, staat het rond de paardenbox vol met tientallen nieuwsgierige meiden.

    Trekken
    De pensionhouder neemt de leiding. Hij breekt de vliezen, schuift touwtjes over de hoeven van het veulen en rond de onderbenen en begint te trekken. De voorbenen en het hoofd komen vlot naar buiten; de lange hals volgt en het veulen geeft tekenen van leven. Maar als ook de borst voor de helft is geboren, stagneert de bevalling. De merrie perst krachtig en glimt van het zweet maar het veulen komt niet meer verder; het zit vast. Het spert de neusgaten wijd open maar krijgt geen lucht, want de ribben zitten strak in de schede geklemd. Ademhalen is zo onmogelijk. Vlug nou, trekken! De pensionhouder trekt uit alle macht. Maar het helpt niet; het veulen zit vast. Dan gaat hij in het stro zitten achter de merrie met beide voeten tegen de billen van het paard. Plat achteroverhangend trekt hij voor al wat hij waard is: zonder resultaat.
    “Trèk nou toch verdomme!” gilt een van de meiden in paniek. Een vader die z’n dochter komt ophalen, voelt de spanning; die is nu om te snijden. Hij neemt vlug een verlostouwtje over en trekt mee. Maar op je hurken kun je geen kracht zetten. Hij gaat dus ook achter de merrie in het stro zitten en trekt zoals hij in zijn leven nooit eerder heeft getrokken. De hoofden lopen rood aan, de ruggen worden nat van het zweet. De merrie perst als een dolle, kreunt en slaat wild met haar hoofd heen en weer; beukt tegen de boxwand en op de vloer. Het zweet loopt in straaltjes van haar lichaam. Ook het veulen slaat nu met het hoofd. Maar dat zijn z’n laatste stuiptrekkingen.

    001

    bij een normale veulengeboorte is trekken niet nodig

    Stilte
    Dan zijn de mannen uitgeput en het veulen is dood. Hijgend moeten ze vaststellen dat het geen centimeter verder is gekomen met al hun getrek. Het veulen bungelt slap in het stro achter de merrie. In de stal wordt het stil. De verslagenheid is enorm. Alleen het gehijg van de twee mannen is nog te horen. Eén voor één verdwijnen de meisjes stilletjes uit de stal. De merrie perst nog wel, maar de kracht van de weeën neemt af en de intervallen worden langer. Door het slaan met haar hoofd zijn de oogleden opgezwollen en beschadigd. In de ogen van de eigenaresse glimmen tranen. Ze blijft alleen achter bij het paard aan haar voeten, volkomen verslagen en ten einde raad.

    Verlossing
    Twintig minuten later kom ik de stal in met mijn verloskoffer. De vrouw heeft haar tranen gedroogd en vraagt of ik althans de merrie nog kan redden. Voor het veulen is het te laat. De merrie is opgestaan en opgehouden met persen. Het veulen bungelt met de voorbenen op haar hakken. Ik schiet in m’n verlospak. Heel diep in de geboorteweg zit de oorzaak van de ellende. De achterhoefjes van het veulen zitten onder zijn buik op de bekkenrand van de merrie. Dat heeft het strekken van de achterbenen in de baarmoeder onmogelijk gemaakt. Het terugduwen van de hoefjes in de baarmoeder gaat nu niet zo maar. Alles zit vastgeklemd. Maar het lukt en daarna is de geboorte van het dode veulen geen probleem: ik kan het alléén naar buiten trekken. Het ploft op de grond en de nageboorte komt er direct achteraan. De merrie is uitgeput: ze wankelt als ze probeert een voet te verzetten. In de geboorteweg voel ik geen beschadiging. De nageboorte spreid ik uit op de grond: ze is compleet.

    Hurkzit
    Van alle afwijkende liggingen bij de veulengeboorte vind ik de hurkzit de meest verraderlijke. Aanvankelijk verloopt alles dan normaal. Pas halverwege stagneert het geboorteproces. De natuurlijke reactie van iedereen is dan om de merrie bij het persen te helpen door aan de voorbenen van het veulen te gaan trekken. Bovendien komt deze afwijking zo zelden voor dat niemand erop verdacht is: in twintig jaar praktijk had ik maar één ander geval. Die merrie was ’s morgens liggend in de stal aangetroffen met een ten halve geboren dood veulen. Het bewakingssysteem had niet gewerkt en zo had de situatie de hele nacht kunnen duren. Bij dat veulen zat maar één van de achterhoefjes geklemd op de bekkenrand. De afwijkende ligging was spontaan ontstaan. De repositie en de verlossing verliepen toen ook vlot, maar de merrie kon niet meer opstaan: de beklemming van de zenuwen in haar bekken had daarvoor te lang geduurd. Na drie dagen intensieve zorg, met tweemaal daags optakelen van het paard door mannen van de brandweer, verbeterde de toestand niet. Die merrie is toen geslacht.

    Afloop
    De merrie in het paardenpension is behandeld met een ontstekingsremmer. Dat gaat weefselzwelling tegen en het werkt pijnstillend. Desondanks kreunde ze bij het plassen en bij het maken van mest en ze liep wankelend. Een paar keer per dag werd er voorzichtig een stukje met haar gewandeld en daarna kreeg ze een koude douche onder de staart: dat hele gebied was gezwollen en warm. De merrie is in een paar weken volledig hersteld.
    Een tijdje later werd op de praktijk een pakje bezorgd. Daarin zat een plaquette met een paardenhoofd. Onderaan zat een plaatje en daarop deze tekst: “Bedankt voor het redden van mijn merrie.”


    lees verder

    © Leo Rogier Verberne
    ISBN/EAN: 978-90-818362-5-8
    www.verberneboek.nl

    andere e-boeken van Rogier Verberne
    Vergelijking van Ligfiets en Racefiets
    Q-koorts, de Australische tekenbeetkoorts
    Juvenile, Adult-onset and Monogenic diabetes
    The cure for juvenile diabetes

    cover_boekje_over_paarden

    Veterinaire Verhalen over Paarden
    paperback, 136 pag.
    € 17.95

    klik hier om te bestellen